Bidden veur bruune boon’n



Als je goed kijkt naar bruine bonen, zie je dat ze een bruine naad hebben. Maar hoe komen ze daar eigenlijk aan? Daarvoor moeten we terug naar de 17e eeuw.
In de Klucht van Oene van Jan Vos zijn een erwtje, een boontje, een strootje en een kooltje vuur (Kooltjevier) samen op pad. Als zij bij een sloot komen waar ze niet overheen kunnen, biedt Strootje aan om over de sloot te gaan liggen, zodat de anderen over hem heen kunnen lopen. Erwtje en Boontje komen veilig aan de overkant, maar als Kooltjevier over Strootje heen loopt, vat Strootje vlam en valt Kooltjevier in het water. Boontje begint vervolgens zo hard te lachen dat zijn buik openscheurt. Dat is zijn ‘loon’ voor het uitlachen van de anderen. Gelukkig is er een kleermaker in de buurt die Boontje met een mooi zwart draadje weer dichtnaait. Dit sprookje is niet alleen de bron van het spreekwoord ‘Boontje komt om zijn loontje’, maar verklaart ook waarom bruine bonen een donkere naad hebben. Dat u het weet.

Nederlandse spreekwoorden over bonen hebben een bepaalde toon. Lees maar: boontjes uit water eten (een eenvoudige maaltijd), honger maakt rauwe bonen zoet (als je honger hebt lust je alles), voor spek en bonen meedoen (hij telt niet echt mee). En wie kent niet de uitspraak van Bartje “Ik bid nie veur bruune boon’n”. De boon is volksvoedsel, maar lijkt niet erg geliefd te zijn. Misschien moeten bonen schaars worden om ze te kunnen waarderen? Likken we nu onze vingers af bij oesters, haring, paling en kaviaar; vroeger was het volksvoedsel. Oesters waar tot de 17e eeuw rijkelijk voorhanden. zoals blijkt uit de schilderijen van Jan Steen en andere meesters. Er werden overvloedige oesterfeesten gehouden, waar per persoon wel zo’n zestig oesters werden geconsumeerd met grote bokalen Rijnwijn. Zij waren zo overvloedig aanwezig dat ze voor luttele centen vanaf handkarren verkocht werden.
Kaviaar was een afvalproduct van de veel gevangen steur. Die werd gevangen voor het visvlees; de kuit werd in een ton gegooid met zout erbij om het te conserveren. En dat aten de armen. Kijk wat een cult er nu rondom kaviaar heerst. Ik zou de boon bijna deze schaarste toewensen. Omdat we hem dan waarschijnlijk pas zouden gaan waarderen. Maar “ons aard” wens ik juist heel veel bonen toe.

Ik heb een aantal keren trendwatcher Adjiedj Bakas horen spreken over onder meer de toekomst van ons eten. Er is net een boek van hem verschenen “The future of Food”. Lezen! Hij houdt ons voor dat het onmogelijk is om met een groeiende wereldbevolking en toenemende welvaart elke dag vlees te blijven eten. Qua vierkante meters past het gewoonweg niet op onze aarde. Niet alleen moeten we die beesten ergens kwijt, ook alles wat ze eten – en dat is véél – moet verbouwd worden. Hij beschrijft die schaarste (vlees gaat ook een delicatesse worden), en voorspelt het hybride vlees en de varkensflat. Hybridevlees is een mengel van vlees en niet-vlees (bijvoorbeeld insecten, ik zag toevallig vorige week een karig bakje sprinkhanen voor de prijs van €9,50!), en de varkensflat is letterlijk een flat van wel 100 verdiepingen waarin varkens diervriendelijk (dat wel) van verwekking tot verwerking doorbrengen.

De afgelopen jaren is er veel aandacht voor de transitie van dierlijke naar plantaardige eiwitten, daarbij gaat het om innovaties in samengestelde vleesvervangers maar ook de ontwikkeling van nieuwe producten uit zeewier, algen en sprinkhanen. Er is minder aandacht voor goede alternatieven die al simpel beschikbaar zijn: peulvruchten! Waar de boon er één van is. Een peulvrucht is een groentesoort en bestaat uit 2 vruchtbladen waarin zaden groeien. Ze zijn te verdelen in: verse (o.a. erwten, snijbonen, sperziebonen), gedroogde (o.a. witte bonen, bruine bonen, spliterwten), kiemen (o.a. tuinkers en alfafa), sojabonen en pinda’s. Er zijn meer dan 1.000 soorten zelfs. Variatie genoeg.
Peulvruchten zijn bijzonder voedzaam en veelzijdig. Ze hebben een laag vet- en cholesterolgehalte en ze zijn rijk aan kalium, ijzer, magnesium, vezels en eiwit. Er zit zoveel eiwit in dat 75 gram bonen 100 gram vlees kan vervangen. Bovendien is ecologische footprint van een ons bonen een stuk gunstiger dan die van dezelfde hoeveelheid vlees.

Ik roep op tot de bonenrevolutie. Laten we allemaal een keer in de week bonen op tafel zetten. Een andere peulvrucht mag ook. Maak er een salade van, een stoofpotje, soep, een kroket. Chili sin carne, tuinbonensalade dubbel gedopt, erwtjes met munt en Parmezaanse kaas, bruine bonensoep. Humus, driebonenpaté, kousenband met kerrie en aardappel, avocadosalade met alfafa, pinda bravoe. Weg met die varkensflats! Ja. Ik bid veur bruune boon’n!

Marianne Remie
http://nlwhatscooking.blogspot.nl/
student de Academie Culinair Schrijven,

 



Reply