Bonensprookjes 3


Drie blogs krijgt u van mij, lieve lezer, over peulvruchten in sprookjes. Mooie verhalen zijn het, ook al speelt de peulvrucht soms maar een betrekkelijke bijrol. Dit is het derde en laatste verhaal…

Prinses op de Erwt

Een nederige, maar o zo belangrijke rol speelt een enkele erwt in het sprookje van de prinses op de erwt. Al zou het misschien beter het sprookje van de kieskeurige prins kunnen heten. Maar dat heeft Hans Christian Andersen nu eenmaal niet gedaan.  Al vond de prins geen meisje vond hij goed genoeg, hoe leuk ze ook waren, hoe slim, hoe aardig, hoe knap, nee, het moest een echte prinses zijn. Anders was ze niet goed genoeg. Zelf zou ik zo’n prins dus niet zien zitten, maar ja, ik ben dan ook geen prinses. De prins reisde de hele wereld over om zijn echte prinses te vinden, maar al kruisten heel veel leuke meisjes zijn pad, het bleken geen echte prinsessen. Moe en teleurgesteld keerde hij terug naar zijn ouderlijk paleis. Op een avond  – het stormt en stortregent – als de prins met zijn vader en moeder zit te kwartetten, wordt er aan de paleisdeur geklopt. Er staat een meisje voor de deur, druipend van het hemelwater, een echt verzopen katje.  Ze zegt: ‘hier ben ik dan, ik ben een echte prinses, ook al zie ik er niet uit.’ De koningin laat een logeerbed voor het meisje opmaken in een suite in de zijvleugel. Als dit een echte prinses is, dan weet zíj wel hoe je daarachter kunt komen. Er is een heuse echtheidstest voor prinsessen. Je stopt een erwt onder de matras. Als het meisje daar niets van merkt, is ze geen prinses. Maar heeft ze slecht geslapen, dan kun je er zeker van zijn: zo gevoelig is alléén een prinsesje.

Behalve de erwt onder de matras, legt hare majesteit ook nog eens twintig zachte matrassen en twintig donzen dekens óp de matras. Ze zet een laddertje tegen de stapel en zo is het bed voor het aangewaaide prinsesje gereed. De volgende morgen zit de hele familie aan het ontbijt als het meisje met wallen onder de ogen beneden komt. ‘Heb je lekker geslapen?’ vraagt de koningin? ‘Ach, nee’, zucht het meisje. ‘Ik wil niet klagen, maar het leek wel of ik op een keisteen lag, ik heb de hele nacht liggen woelen.’

Het bewijs is geleverd, de koninklijke familie heeft hier met een echte prinses te maken. Want alleen die kunnen een erwt voelen door zo’n stapel beddengoed. Het prinsesje valt in de smaak bij de prins, een bruiloft volgt en de erwt wordt op een fluwelen kussentje in een vitrine gelegd. En zo krijgt een gewone gedroogde erwt een ereplaatsje in het paleis. Dat is misschien nog wel het meest verbazingwekkende aan dit verhaal.

Het sprookje werd voor het eerst gepubliceerd in 1935 in Denemarken, maar vermoedelijk heeft het sprookje een Zweedse herkomst. Maar sprookjes waarin de gevoeligheid van een meisje iets zegt over haar aard en afkomst komen over de hele wereld voor.  De erwt kan heel goed een gele (goudkleurige) droogerwt zijn geweest. Die zijn in Scandinavië ook nu nog populair.  En een goudkleurige erwt is wel wat koninklijker dan een gewone grauwe erwt, toch?

Lizet



Reply