Bonensprookjes


sprookjejack2-123x188Drie blogs krijgt u, lieve lezer, de komende tijd van mij over peulvruchten in sprookjes. Mooie verhalen zijn het, ook al speelt de peulvrucht soms maar een betrekkelijke bijrol.

Jack and the Beanstalk
Geheel ten onrechte wordt dit Engelse volkssprookje vertaald met “Sjaak en de bonenstaak”. Een bonenstaak is de stok of staak waarlangs de bonen omhoog klimmen. Een ‘stalk’ is een stengel, dus het is de plant zelf en niet zijn klimstok. Met zo’n foute benaming schep je eigenlijk verwarring, want het bijzondere van deze ‘toverbonen’ is dat het klimbonen zijn. En klimbonen komen oorspronkelijk in Europa niet voor.
Lees maar even mee met mijn beknopte samenvatting van het sprookje.
Jack is een jongen, die met zijn moeder in een arm boerenhuisje leeft. Hun enige bron van inkomsten is een melkkoe. Op een morgen is de koe uitgemolken. Moeder stuurt Jack met de koe naar de markt om het dier te verkopen. Jack neemt de koe aan een touw mee op pad en gaat naar de stad. Onderweg komt hij een oude man tegen, die hem voorstelt de koe te ruilen tegen toverbonen. Jack gaat in op dit voorstel, maar als hij thuiskomt zonder geld, maar met bonen, is zijn moeder woedend. Ze gooit de bonen uit het raam en stuurt Jack zonder eten naar bed. Die zelfde nacht groeien de bonen uit tot enorme ranken die langs het huis omhoog klimmen. Jack klimt langs de bonenranken naar boven en komt in een land hoog in de lucht. Hij volgt een pad naar een huis, waar een monster woont. Maar dat weet Jack natuurlijk niet. Hij klopt aan en vraagt de vrouw van het monster om eten. Dat krijgt hij, maar als het monster thuiskomt, ruikt hij onmiddellijk mensenvlees en roept uit:

Fee-fi-fo-fum!
I smell the blood of an Englishman?
Be he ‘live, or be he dead,
I’ll grind his bones to make my bread.

Mevrouw Monster verbergt Jack met succes opdat manlief de botjes van het jochie niet tot broodmeel kan vermalen. Jack hoort hoe het monster geld aan het tellen is. Jack snaait een zak met gouden munten en klimt snel langs de bonenrank naar beneden. Hij herhaalt deze truc nog een paar keer, iedere keer met de hulp van mevrouw Monster. De tweede keer gaat hij er met de kip die gouden eieren legt van door en de derde keer met een gouden harp. Maar het gaat natuurlijk bijna mis en Jack wordt bijna gepakt door het monster, dat hem langs de bonenrank naar beneden volgt. Jack hakt de bonenstaak om en het monster valt dood op aarde neer. Happy end, want moeder en Jack leven nog lang en gelukkig met hun schatten. Beetje sneu voor die aardige mevrouw Monster, die alleen in de bovenwereld achterblijft, eigenlijk, maar dat doet hier niet ter zake. Het gaat om de toverbonen.
De eerste gedrukte versie van het sprookje verschijnt aan het begin van de 18e eeuw. Het sprookje kan niet ouder zijn dan de 16e of zelfs 17e eeuw. Want klimbonen komen uit Amerika en deze bonensoort is dus pas na de ontdekking van Amerika naar Europa gekomen. Het duurt dan nog enige tijd voor ze volksvoedsel worden. Heel voorzichtig verschijnen ze in de kookboeken in de 2e helft van de 17e eeuw. ‘Turckse of klimbonen’ hebben met Turkije niets te maken, maar dat land klonk in die tijd ook al heel exotisch en ver. Amerika is moeilijker te bevatten.
Je kunt je voorstellen, dat klimbonen als ‘toverbonen’ tot de verbeelding spraken in de periode dat ze voor het eerst werden aangeplant in Engeland. Zo’n bonenrank kan wel meer dan twee meter hoog worden. Dat was nog nooit vertoond. Dat vraagt om sprookjes en vertellingen, zeker in een land waar de ‘little people’moesten wennen aan deze nieuwe plant in hun omgeving. Om welke bonen het precies gaat weet ik niet: witte, of bruine, of nog een andere klimboon. Wie zal het zeggen, het waren tenslotte toverbonen!

Lizet



Reply