De koningin onder de bonen


Ik ben dol op statistieken. Kort en bondig weergegeven informatie, ontdaan van alle relativerende en nuancerende mitsen en maren. Omdat ik van nature een twijfelaar ben, is het af en toe een verademing als je even alles in een hokje mág plaatsen. Heel zwart-wit en lekker kort door de bocht. De allereerste gedachte die er door mijn hoofd schoot toen ik las dat peulvruchten vooral door ouderen worden gegeten, was ‘Ha, kijk mij eens afwijken van de meute, ik vind peulvruchten heerlijk!’. Tien seconde later gevolgd door de deceptie ‘Help, ik word oud….’. En dat krijg je dus met generaliseren, voor je het weet heb je jezelf in een hoek geplaatst waar je helemaal niet thuis wilt horen. Ik wil jong, hip en vernieuwend zijn. En in dat hokje hoort de peulvrucht ook thuis!

Laten we daarom beginnen met het uitbannen van peulvruchten uit blik en pot. Conserven hebben een vreselijk oubollig imago. Neem gedroogde bonen, zet ze een nachtje in ruim koud water en zet ze de volgende dag op het vers water en wat kruiderijen. Het is even plannen, maar echt veel werk is het niet. En wist je dat je de uitgelekte, gekookte bonen prima kan invriezen?
Verkrijgbaarheid, dat is nog wel een punt van aandacht. Waar Bonduelle met nieuwe varianten ingeblikte peulvruchten in het schap van de supermarkt ligt, zijn hun gedroogde soortgenoten nauwelijks nog te vinden. Daarvoor zijn we toch vooral aangewezen op de natuurvoedingswinkels.

Hoe anders is dat in Italië. Dat is het thuisland van de koningin van de witte bonen, de cannelliniboon. In iedere Supermercato kun je de peulvruchten kopen, meestal gedroogd. In de herfst wordt de boon geoogst, en is-ie zelfs vers in de dop te verkrijgen. De boon is rank en slank, roomwit van kleur met een lichtzoete smaak. Heerlijke, jonge, hippe en vernieuwende gerechten kun je er mee maken. In de oven gestoofd met een lamsschouder, tomaten en verse kruiden. Je hoeft ze alleen maar te weken, koken doen ze bij het lammetje. Of eet ze geprakt met wat knoflook, een grassige olijfolie en veel zwarte peper, op een geroosterd stukje zuurdesembrood. Naast inktvisjes doen ze het ook uitstekend, gekruid met venkelzaad en pittig van een rood pepertje.

Het recept:
125 g gedroogde cannellinibonen
2 teentjes knoflook, in plakjes
1 tl gedroogd venkelzaad, gekneusd
1 dl olijfolie
gemalen chilipeper, zo pittig als je zelf wilt
40 ml witte wijn
1 blik gepelde tomaten
½ kg pijlstaartinktvis, schoongemaakt

Week de bonen een nacht in ruim koud water. Gooi het weekwater weg en zet ze op met licht gezouten water. Kook de bonen in ongeveer een uur gaar.
Maak ondertussen de saus: fruit de helft van de knoflook aan in wat olijfolie, voeg de venkelzaadjes en wat chilipeper toe en dan de witte wijn. Kook het mengsel tot de helft in en voeg dan de tomaten toe en een ½ theelepel zout. Laat het 30 minuten pruttelen tot het een dikke saus is geworden.
Snijd het inktvislijfje in ringetjes en halveer de tentakels. Spoel alles goed af en laat uitlekken.
Verhit in een pan de rest van de olijfolie en bak de overgebleven knoflook aan. Voeg de inktvis toe en bak kort. Roer de tomatensaus erdoor en warm op het laatst de cannellinibonen mee. Serveer met boerenbrood en flink wat citroen.

Judith Hoeksel
hoekselproeft.nl

Judith is gastcolumnist en student van Onno Kleyn.



Reply