Gedegenereerde macrobiotische muts


Zaadzoeken en bruine bonen
(gastcolumn)

In december en januari is er niet zo gek veel te doen in de tuin. In december is het te nat om te wieden en in januari is het meestal te koud om te snoeien. Dus alle tijd om internet af te speuren naar nieuwe zaadhuizen en vooral: gekke, onbekende zaden. Daarnaast moet de voorraad aangevuld worden. Al het zaad dat over datum is voer ik aan de vogels. Bijgevolg groeien er wel eens peentjes of kolen onder het vogelvoederbakje, maar goed.

Ik vind het opstellen van de bestellijst een verantwoordelijk werk. Het drukt zwaar op mijn schouders. Een paar jaar geleden heb ik namelijk een vreselijke fout gemaakt. Ik had vergeten bruine bonen te bestellen. Toen ik erachter kwam, waren ze nergens meer te krijgen. Geen bruine bonen! Dat betekende dat alle gezinsleden een jaar lang verstoken zouden blijven van eigen bruine bonen! Ik verdenk overigens één gezinslid ervan dat niet zo te betreuren, maar die heeft daar wijselijk over gezwegen.

Lang geleden heb ik eens een cursus macrobiotisch koken gevolgd. Toen ik de mede-cursusleden bekeek, met van die witte, magere bekkies, begon ik me al af te vragen of dat wel zo’n goed idee was, maar ja, ingeschreven en betaald, dus doorzetten. De eerste tegenvaller was dat je niet zelf kookte, maar vanaf de zaal toezag op hoe anderen dat deden. De tweede tegenvaller was dat de hapjes die waren bereid, bij mij niet erg in de smaak vielen. De derde tegenvaller: de inconsequentie. Je moest vooral voedsel bereiden dat in je eigen directe omgeving werd verbouwd. Behalve dan rijst en adukibonen. Nu groeien rijst en adukibonen volgens mij in verwegistan, dus hoezo, uit de eigen omgeving?

De klap op de vuurpijl of eigenlijk meer: de nekslag voor dat macrobiotisch-hysterisch koken kwam, toen ik de vraag stelde waarom er adukibonen werden gekookt. Waarom niet onze eigen, bruine bonen? Het antwoord luidde: omdat bruine bonen gedegenereerd zijn. Gedegenereerd! Onze fantastische, voedzame, heerlijke eigen bruine bonen gedegenereerd! Ik was volstrekt van de kaart. De zaal uitgeveegd. Flabbergasted. Gedegenereerd! Ik had moeten opstaan, de bruine boon met lief, lijf en leden moeten verdedigen. Ik had moeten zeggen: gedegenereerd? Dat ben je zelf, muts! Maar ja. Te flabbergasted, hè?

Bruine bonen groeien overal en hebben niks nodig. Geen mest, geen compost. Ziek worden ze ook niet. Ze groeien op stam, dat wil zeggen: ze vormen een stammetje waaraan de peulen hangen. Die stammetjes moeten helaas wel een beetje ondersteund worden. Bijvoorbeeld door er takken gekruist langs te zetten. Of gewoon met twee stokjes en een draadje ertussen. Het enige dat namelijk mis kan gaan, is dat de peulen op de grond komen te hangen en dan nat worden. Dan gaan ze rotten.

ls het blad van de plant bruin wordt, is de tijd van het oogsten aangebroken. De planten worden in bossen onder een afdak te drogen gehangen. Als de peulen bros (dus droog) zijn, kunnen ze worden gedopt. Na het doppen in een schaal nog een weekje laten nadrogen en dan in een blik droog bewaren.

Bij het oogsten moet je de planten trouwens niet uit de grond trekken, maar net boven de grond afknippen. Aan de wortels hebben zich namelijk kleine stikstofbolletjes gevormd, die de aarde weer voeden. Zie je nou, wat een fantastische plant het is? Heeft zelf niks nodig, geeft ons heel veel eiwitten en schenkt nog stikstof aan de aarde ook. Gedegenereerd? Puh!

Nicoline Hooijmans
Hooimadam.com



Reply