Gina’s gebakken bonen


Boontjes bakken. Wel eens gedaan? Da’s lekker, hoor. Ja, Mexicanen en Texmexicanen – die alleen in restaurantkeukens voor schijnen te komen – bakken bonen. Maar niet zoals ik het leerde van Gina, in Toscane. Gina’s bonen gingen niet in taco’s of enchilada’s, maar in een pot. Tijdelijk. Om er bij de picknick weer uit te komen, kleed op het gras naast de beek, brood, ham, kaas, wijn, en die fagioli. En nee, zij nam geen cannellini, het wittebonengeluk van de Toscaners. Borlotti moesten het zijn, de spikkelaars die wij kievitsbonen noemen en die zo fraai getekend uit hun al even bonte peuljassen komen, om vervolgens bij het koken over te gaan naar een bescheiden franciscaner bruin.

Gina kocht ze in blikken, wat voor dit flukse hee-laten-we-gaan-picknicken-recept uitstekend was. Ik doe het nog precies zo: ik bak een platgeslagen teen knoflook, of twee, in een scheutje olijfolie, samen met twee takken verse rozemarijn. De bonen laat ik even uitlekken in een vergiet of zeef, maar ik spoel ze niet af; er mag best wat vocht bij zitten. Dan gaan ze in de pan en bak ik ze een paar minuten, tot er wat van de velletjes barsten. Nu komt het mooiste: draai het vuur uit en voeg gul zeer goede olijfolie toe. Een draai zwarte peper uit de molen en de boontjes kunnen mee. In potten. En daar zit je dan, bij de beek of gewoon in de grijze Hollandse winter, met de gebakken bonen. Lekker.

Onno



Reply