Grauwe erwtenoogst


Het lijkt een aflevering van het Polygoon Journaal van vroeger: voor mij brult een dorsmachine als uit de jaren vijftig, gevoed door landwerkers in hemdsmouwen. Ze duwen woeste bossen droge stengels in de muil van het ding, bleekbruine ranken waartussen peulen verstopt zitten, vol met grauwe erwten. Aan de andere kant van de dorsmachine schuift het moegestreden loof naar buiten, terwijl de erwten naar beneden hagelen. Een ventilator blaast de kleinste snippertjes weg. “We moeten even flink doorwerken,” roept Erik Smak over de herrie heen. “Het is nou mooi weer, maar d’r is veel regen gevallen en misschien komt er gauw weer meer.”

Hier, in West-Friesland, bij Lutjewinkel, teelt de familie Smak grauwe en groene erwten, witte bonen, kievitsbonen en citroenbonen. “De laatste jaren is er wel weer vraag naar,” volgens Smak. “Dat is mooi. Wij telen dit al drie generaties lang.”

Let wel, we hebben het hier over droogbonen en –erwten, die na het oogsten met loof en al op ‘ruiters’ worden gehangen, in piramidevorm samengebonden houten palen met een paar dwarsbalken. Daarop drogen ze een week of drie, vier, tot ze zoveel water hebben verloren dat ze probleemloos bewaard kunnen worden. Ooit was dat een noodzakelijkheid, een waardevolle mogelijkheid om in de winter te kunnen eten; tegenwoordig gaat het ons om de smaak. Deze grauwe erwten – die trouwens helemaal zo grauw niet zijn, eerder goudgeel – komen straks in keurige zakjes, die naar de winkels gaan.

Thuis bij de Smaks is er koffie, met cake, voor het bezoek. “Grauwe erwten zijn geen kapucijners hoor!” zegt  Marry Smak, de moeder van Erik. “Ze hebben een dunner velletje, daar houden wij van. En wij eten ze gewoon met piccalilly, en dan iets erbij, speklapjes of gehakt.”

Nou, precies. Zelf bereide bonen en erwten hebben beet, karakter, smeuïge romigheid van binnen, een happig buitenkantje, en ze verkeren graag in gezelschap van wat mooi vet, of dat nou uit een Italiaanse olijfoliefles of van een beest als een eend of een varken komt.

Zo. Tijd om huiswaarts te gaan, met een kilo geelglanzende erwten, over de dijk die het ‘oude land’ scheidt van de Wieringermeer. Links wuift een horde moderne windmolens me uit, rechts draven mooi gesokte Friese paarden in een wei.

De familie Smak verkoopt ook aan huis: Mientweg 82, Lutjewinkel, tel. 0224 541419 en hebben een site!

Onno



Reply