Ivoren boontjes


Schermafbeelding 2014-09-25 om 21.18.43


Haricots de Paimpol. Zo stond het er, bij die kist, op de markt in Ancy-le-Franc. Meteen gekocht natuurlijk. Kijk, verse bonen zie je in Nederland zelden. In Frankrijk vond ik nog wel eens haricots cocos, kortweg cocos, de wit met paars gevlekte boontjes in hun dito peul die wij kievitsbonen noemen, en de Italianen borlotti. Ben ik dol op. Maar de peulen van deze paimpolletjes waren zacht geel en binnenin zaten ivoren bonen, glanzend als parelmoer.

Weken doe je verse bonen niet. Dat is nu juist de grap: het zijn bonen die normaal gedroogd worden – of nou ja, de teler doet dat. Gewoon drogen zoals bonen altijd drogen, met hun loof op rekken of stellingen, ‘ruiters’, op het land. Dat is wintervoorraad, dat worden de droogboontjes die u kent, die u in zakken of los koopt, die u lekker laat weken en dan zachtjes kookt voor een herfstige of winterse pot. Maar net na de oogst komt een gedeelte van die bonen vers in de handel. In Ancy-le-Franc, tenminste.

Haricots de Paimpol suggereert dat ze uit Paimpol komen, een plaatsje in Bretagne, maar het zal eerder het bonenras zijn. Ivoren boontjes, ik zei het. En anders dan verse erwtjes of tuinboontjes, die onrijp worden geplukt, hadden deze bonen kooktijd nodig. Een half uur, waarna ze nog stevig waren, met een romig binnenste, smeuïg en kruimig tegelijk. Ik heb er een lik boter door gedaan. Bretonse boter, natuurlijk, die smolt en zijn geur toevoegde aan het ivoren feest. Mijn liefje, wat wil je nog meer?

Onno Kleyn



Reply