Landelijke bonen


Hebben jullie dat nou ook? Lekker neuzen in oude en nieuwe kookboeken op zoek naar iets inspirerends, of iets waar je om moet lachen, of waar je meteen ontzettend trek in krijgt? Nou, ik dus wel. Een bezoekje aan een boekenantiquariaat en je hebt dagen geen kind aan mij. De conversatie verloopt soms wat vreemd in huis (wist je dat ze vroeger kramsvogels in de Weckfles inmaakten?) en wat er die avond op tafel komt wellicht wat onverwacht, maar de man is er inmiddels wel aan gewend.

En zo zat ik op een avond te bladeren in het boek met de intrigerende (want wellicht wat tegenstrijdige) titel Lekkerbek, methodisch kookboek, in 1947 gepubliceerd door Marie Delcourt (1891-1979), hoogleraar Klassieke Taal- en Letterkunde aan de universiteit in Luik. Koken was een hobby, niet haar beroep. Ze was overigens de eerste vrouw die in een wetenschappelijke functie benoemd werd aan die universiteit in 1929. Behalve een feministe avant-le-lettre was ze ook beslist een Waalse. Ze trouwde een schrijver, Alexis Curvers in 1932. Is daar de liefde voor het koken in combinatie met het hebben van een baan begonnen. Praktisch, methodisch, de vrouw had meer te doen dan alleen het huishouden tenslotte. In de originele versie in het Frans heet het boek dan ook: Methode de cuisine à l’usage des personnes intelligentes. Oftewel: kookmethode voor het gebruik van intelligente mensen! De vertaler heeft de titel dus wat gezelliger gemaakt.

Doet Marie aan peulvruchten? Jazeker, maar ze heeft over droogbonen wel een mening. Marie was wijzer tenslotte, en van stand en in die tijd àt je ook naar je stand. Lees maar even mee.

Droge bonen
Zij worden de avond tevoren zorgvuldig uitgezocht en in water gezet. (ha, dat klinkt nog wel een beetje naar Assepoes). De volgende dag koken zij dan in ruim water, dat onmiddellijk nadat et begint te borrelen en de bonen op de bodem van de pan zijn komen liggen, wordt uitgegoten. De bonen worden dan opnieuw te koken gezet in lauw water met zout, een ui, twee knoflookbollen en een spekzwoerd of mager spek. Aan te duiden na hoeveel tijd de bonen voldoende gaar zijn, is onmogelijk. Er zijn er die na ene uur, andere die na een halve dag voldoende vuur hebben gezien. Het kookwater kan dienen voor een soep.
De bonen worden opgediend met het spek dat mee heeft gekookt. Gevoeglijk kan ook wat peterselie worden toegevoegd aan dit landelijk gerecht.

Landelijk betekent in dit geval dat het gewone boerenkost is. En daar is helemaal niets mis mee. Maar twee bollen knoflook? Is dat niet wat veel? Helaas vertelt Marie ons niet hoevéél bonen ze gebruikt. Wel geeft ze nog wat tips voor witte bonen. Die dien je op met een met gefruite ui en knoflook pikant gemaakte tomatensaus en je serveert er een schapenbout met jus bij. Nu, voor zo’n ‘landelijke’ maaltijd kun je mij ’s nachts wakker maken.

Lizet Kruyff



Reply