Geschiedenis


Archeologisch materiaal uit verschillende wereldstreken bewijst dat de mens peulvruchten al van oudsher at en waarschijnlijk zelfs teelde. In het Midden Oosten, bij de opgravingen in Jarmo, zijn velderwten en linzen gevonden die we kunnen dateren in het 6e en 7e millennium voor onze jaartelling. Ook tuinbonen en kikkererwten waren in deze regio al lang bekend. In Palestina stonden die in ieder geval al rond 400 voor Christus op het menu.

Hetitische teksten melden dat erwten en bonen tot de landbouwproducten behoorden, en opgravingen in Anatolië hebben zelfs opslagvaten aan het licht gebracht waarin linzen werden bewaard. Linzen werden in Assyrië geteeld, en we vinden ze op de lijst van groenten die in de tuin van Koning Merodach-Baladan van Babylon in de 8e eeuw BC groeiden.

Dodenmaal
Ook in Egypte lieten de peulvruchten niemand koud. Erwten zijn meegegeven voor het leven in het hiernamaals ten tijde van de 12e dynastie, terwijl ook bonen en linzen dagelijkse kost waren. Een graf in Thebe bevatte en soort puree van linzen, en een oudere vondst toont aan dat de linzen al in pre-dynastieke tijden werd gegeten. Maar het is niet honderd procent zeker dat deze peulvruchten ook ter plekke werden verbouwd. Herodotus stelt zelfs dat Egyptenaren nooit bonen zaaien, en zelfs als ze in het wild groeien, ze niet eten, gekookt noch rauw. Het kan zijn dat dit taboe een innovatie was en het hoeft niet voor alle geledingen van de samenleving van kracht geweest te zijn.
Het prettige van peulvruchten is, dat je ze gemakkelijk kunt drogen en dus ook in de ‘magere’ jaargetijden te eten hebt. Gedroogde peulvruchten worden met namen genoemd in de bijbel. Ze werden geroosterd gegeten als hartig tussendoortje en verwerkt in soepen, stoofschotels, salades en broodsmeersel. Denk aan de linzensoep, waarvoor Esau zijn eerstgeboorterecht verkwanselde. Linzen hebben het grote voordeel dat ze niet geweekt hoeven te worden omdat ze zo klein zijn. Er zijn verschillende soorten linzen, de grotere bruine, de gewone kleine en de zogenaamde rode linzen. Voor het koken zijn ze rood, na het koken geel. Peulvruchten en granen worden in de bijbel vaak in één adem genoemd, vaak worden ze ook in combinatie gebruikt.

stillevenmetduifTake Away soep
En hoe zat dat in Europa? Voedselresten uit dorpjes aan de Zwitserse meren hebben resten van bonen, erwten en linzen opgeleverd, terwijl ook in Glastonbury’ s ijzertijd nederzettingen bonen en erwten zijn gevonden. Het is opmerkelijk dat de bonen uit beide locaties identiek zijn. Een kleine soort, die in grote hoeveelheden geteeld en geconsumeerd werd.
De oude Grieken aten graag en veel peulvruchten. Ze hadden zelfs een Bonengod, en hielden een bonenfeest voor Apollo. Langs de straat kon je in kleine eethuisjes erwtensoep kopen, de take away van de oudheid. Archeologische vondsten ondersteunen de literaire verwijzingen naar peulvruchten. De opgegraven bonen, erwten, linzen en lupine dateren uit de vroege Bronstijd. Ook opgravingen van Late Bronstijd nederzettingen op Kreta brachten kikkererwten, bonen, erwten en lupine aan het licht, vaak in grote pithoi opgeslagen. Het is aannemelijk dat de peulvruchten ook in het Neolithicum al gegeten werden. Herodotus vertelt ons dat de linzen het hoofdvoedsel was van Grieks-Skytische stammen, als de Callipidae, die het verbouwden naast graan, uien, prei en gierst.

Superieur
In Italië werden peulvruchten wijd verbreid gebruikt en verbouwd, en de Romeinse literatuur verwijst er vaak naar, maar het was volgens Horatius vooral volksvoedsel, net als uien en pannenkoeken. Kikkererwten en lupine zaad werden warm in de straat verkocht, als eenvoudig voedzame maaltijd voor de armere mensen. Ook Plinius – altijd afkerig van overdaad – wijst hier op. Maar de gemiddelde lekkerbek versmaadde de peulvrucht heus niet. Apicius wijdt verschillende pagina’s aan recepten voor erwten bonen en linzen. Bonen werden hoger aangeslagen dan erwten, waarschijnlijk omdat de telers in Baiae de moeite hadden genomen een superieur ras te telen. Apicius geeft zelfs een speciaal recept voor deze boontjes. Hij geeft echter ook verschillende manieren om erwten te bereiden, en verbindt zelfs zijn naam aan één van deze bereidingswijzen. Linzen konden gekookt worden met kastanjes, of met mosselen, en een recept voor gerstebrij bevat tevens linzen, erwten en kikkererwten.

Slingerboon
Hier ten lande zien we dankzij onderzoek naar bijvoorbeeld het archeobotanische materiaal uit Maastricht, dat er al erwtjes gegeten werden in de eerste eeuw van onze jaartelling. In het materiaal uit de periode 100 – 300 vinden we daarnaast linzen en in de opvolgende periode 300 – 500 kwamen daar tuinbonen en vicia sativa (voederwikke)bij. In de Merovingische tijd zijn er in ieder geval linzen gegeten, terwijl we in de Carolingische periode geen peulvruchten in het materiaal tegenkomen. Maar dat moet toeval zijn. Want Karel de Grote verordonneerde dat er in zijn tuinen onder andere slingerbonen (fasiolus) moesten worden geplant.

En zo veroverde de peulvruchten hun weg naar onze magen. Hoe ‘gewoon’ ze waren blijkt wel uit het gebrek van recepten om ze op te leuken in de gangbare kookboeken uit ons eigen verleden. Want wat zegt de Verstandige Kock in 1667 over peulvruchten? Weinig. Er is precies één recept om Tuyn – Klim – of Turckse Bonen te stoven. Heel eenvoudig: koken, uit laten lekken, peterselie, boter en zout met een lepel hamelesop (lamsbouillon) in een pot laten stoven en dan de bonen er in omschudden en dan naar keus wat bonenkruid erover.