Nieuwe eiwitbronnen als vleesvervanger


verschillende bonen en peulvruchtenNieuwe eiwitbronnen als vleesvervanger

Eiwitten zijn nodig voor een goede gezondheid. Er zijn dierlijke en plantaardige eiwitbronnen. Dierlijke eiwitten zitten onder andere in vlees en zuivel en plantaardige eiwitten in granen en peulvruchten. Dierlijke bronnen belasten het milieu sterker dan plantaardige. Dat geldt het sterkst voor vlees. De vraag naar vlees stijgt en de ecologische grenzen van de aarde zijn al overschreden.

Meer plantaardig
Op dit moment halen Nederlanders eiwit voor een groot deel uit dierlijke producten, namelijk uit vlees- en vleesproducten (29%), zuivel (23%) en vis (4%). De rest van de eiwitten halen we bijvoorbeeld uit graan- en graanproducten (22%), aardappelen (3%) en noten (3%). Nederlanders krijgen voldoende eiwit binnen en vaak meer dan nodig. Dierlijke eiwitbronnen belasten het milieu zwaarder dan plantaardige eiwitbronnen. De Gezondheidsraad adviseert daarom mensen om meer plantaardige producten te eten en minder dierlijke producten. De overheid stimuleert daarnaast de ontwikkeling van nieuwe eiwitbronnen, ook wel Novel Proteins of Low Impact Proteins genoemd (Beleidsbrief Duurzame Voedselproductie, ministerie EZ, 2013). Minder vlees eten is een eerste stap die consumenten kunnen nemen om het milieu minder te belasten. Een tweede stap bestaat uit het vervangen van vlees. Daarom is het belangrijk dat er nieuwe eiwitbronnen worden onderzocht die vlees op duurzame wijze kunnen vervangen. Door deze ontwikkelingen komen er nieuwe eiwitbronnen op de markt en in ons menu, waar we nog niet alles over weten. Het Voedingscentrum heeft daarom de duurzaamheid, voedingswaarde en veiligheid van de volgende nieuwe eiwitbronnen verkent: peulvruchten, schimmels (paddenstoelen en quorn), wieren, algen, insecten en kweekvlees. Ze zijn beoordeeld volgens drie criteria waar een nieuwe eiwitbron volgens ons aan moet voldoen (zie kader). Het blijkt dat bij niet alle bronnen de eiwitkwaliteit goed is doordat alle essentiële aminozuren niet voldoende aanwezig zijn of doordat de verteerbaarheid laag is.

Peulvruchten meest voor de hand
Peulvruchten en producten op basis van peulvruchten zijn de meest voor de hand liggende gezonde en duurzame vervangers voor vlees. Zeewieren en algen hebben de potentie goede vervangers te zijn, mits ze niet teveel jodium en zware metalen bevatten. Schimmels zijn geen goede nieuwe eiwitbron. Ze bevatten onder andere te weinig ijzer en paddenstoelen bevatten heel weinig eiwit. De meeste eetbare insecten en kweekvlees zijn ook geschikt. Qua duurzaamheid lijken ze meestal wat beter te scoren dan vlees, maar de kweekmethoden moeten nog verder ontwikkeld en beoordeeld worden. Bij insecten speelt verder veiligheid een rol: er kan sprake zijn van allergieën en microbiologische vervuilingen. Er zijn nog andere obstakels te bedenken: acceptatie door consumenten, toelating volgens de wet en beperkte toepasbaarheid van gedroogde vormen. De geschiktheid van zeewieren, algen en insecten als vleesvervanger verschilt sterk per soort. Daarom kan deze het beste per soort beoordeeld worden.

Corné van Dooren en Astrid Postma-Smeets, Voedingscentrum

 

Criteria voor nieuwe eiwitbronnen als vleesvervangers

  1. De nieuwe eiwitbron geeft duurzaamheidswinst vergeleken met een reguliere dierlijke eiwitbron. Vaak zal het dan gaan om een plantaardige bron, maar het kan ook om een duurzamere dierlijke bron gaan.
  2. Een nieuwe eiwitbron moet qua voedingstoffen dienen als vleesvervanger. Een goede vleesvervanger bevat voldoende van de volgende stoffen (omdat dierlijke producten de belangrijkste leverancier van deze voedingsstoffen zijn):
    – eiwit (van goede kwaliteit), en:
    – ijzer (>0,7 mg/100g), en:
    – vitamine B1 (>0,06 mg/100g) en/of B12 (>0,13 ug/100g).
  3. De nieuwe eiwitbron moet veilig zijn om te eten.

Factsheet nieuwe eiwitbronnen van het voedingscentrum >>