Tuinboon


TuinboonBoard bean staat er onder dit begin 20ste eeuwse plaatje uit een oud moestuinierboek. Moet natuurlijk broad bean zijn, want het gaat om de tuinboon. Tuinbonen kun je al vroeg zaaien. Ze kunnen tegen wat kou in de nacht. En hoe vroeger je zaait, des te minder kans op luizen. Om de luis tegen te gaan kun je er ook heel goed dille tussen zaaien, helpt ook.

Aaltje rekent ze in 1887 onder de groente en niet onder de gedroogde bonen. Wij eten de tuinbonen vers. Dat is niet overal zo, bij de Mediterrane supermarkt kun je prima gedroogde tuinbonen kopen. Maar nu verheugen we ons voorlopig op de piepjonge verse tuinboon. Jonge tuinbonen stoof je met boter en wat bonenkruid. Of je doet er een zure eiersaus bij. Oude tuinbonen kun je het beste van hun velletje ontdoen na het koken en ze dan te stoven. Je kunt ze dan het beste pureren met bonenkruid. En dat zwarte dingetje moet er af. Het is veel werk, verzucht Aaltje. Zij houdt duidelijk meer van het jonge spul.

Eenzelfde benadering vind je in Britse kookboeken uit die tijd: liefst zo jong mogelijk, alleen met wat boter erbij, of een peterseliesaus. De gepureerde oudere tuinboon eet je het best op warme toast met wat gesmolten boter, bij roerei, of met wat goed gebakken plakjes bacon. In Engeland vinden ze dat je beter peterselie kunt gebruiken om met de bonen mee te koken. Daarmee verbeter je de smaak. In dit land hielden we meer van bonenkruid. Probeer straks het verschil maar eens uit.

Lizet



Reply